De methodiek van de richtlijn Bouwproducten maakt lange procedures onvermijdelijk. De richtlijn stelt geen eisen aan de producten zelf, maar geeft essentiële eisen voor bouwwerken. Uitgangspunt is dat alleen die producten in de handel worden gebracht die de zekerheid beiden dat inderdaad aan deze eisen wordt voldaan als zij in een bouwwerk worden toegepast. Dat maakt een vertaalslag van essentiële eisen naar bouwproducten nodig, die in een aantal etappes verloopt.
Elke essentiële eis uit de richtlijn (bijvoorbeeld veiligheid) is nader uitgewerkt in een basis document. Vervolgens wordt in mandaten aan CEN / CENELEC en EOTA per product familie (bijvoorbeeld metselwerk) of sub familie (ca 40) aangegeven welke eigenschappen relevant zijn om vast te stellen of een essentiële eisen wordt voldaan. Deze mandaten zijn te beschouwen als opdrachten van de Europese Commissie aan bovengenoemde organisaties om technische specificaties op te stellen. Deze technische specificaties (geharmoniseerde normen of technische goedkeuringen) leggen vast hoe de specifieke eigenschappen worden bepaald of gemeten. Uiteindelijk komen er vele honderden van die specificaties. Overigens bestaan er al veel Europese normen die alleen maar aangepast hoeven te worden.
Van belang is dat in het mandaat moet worden aangegeven wat het niveau van conformiteitsverklaring is. Met dit laatste begrip wordt bedoeld de verklaring dat inderdaad is getest volgens de geharmoniseerde technische specificaties. Het niveau van conformiteitsverklaring kan variëren van fabrikanten eigen verklaring tot certificatie door een notified body. Ook hierover moet dus eerst per product familie overeenstemming bestaan.