/ Home / CE-markering / Europese Richtlijnen / ROHS  

RoHS

RoHs

ROHS Richtlijn 2011/65/EU (Restriction of Hazardous Substances)

De RoHS (Restriction of Hazardous Substances) beschrijft de voorwaarden voor het gebruik van 6 verschillende stoffen, namelijk lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen en polybroomdifenylethers, voor het gebruik in elektrische en elektronische apparatuur.  

De richtlijn stelt dat er maximaal 0.1% van deze stoffen aanwezig mag zijn in bepaalde apparatuur, zoals gedefinieerd in bijlage 1, zoals grote en kleine huishoudelijk apparaten, maar ook verplichting, elektrisch gereedschap en medische hulpmiddelen. De laatste categorie geeft aan dat alle elektrische en elektronische apparatuur die niet onder een van de andere categorieën valt, ook onder de richtlijn valt. De richtlijn wordt dus zeer breed toegepast.

Vanuit de richtlijn hebben fabrikanten van dergelijke producten de verplichting niet meer dan de maximale hoeveelheid te gebruiken in hun producten. Er zijn wel een aantal uitzonderingen, zoals opgenomen in bijlage III en IV. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om medische producten en lampen. Bij deze producten zijn de stoffen van belang voor een goede werking. Een fabrikant kan ook zelf een vrijstelling aanvragen.

Tot slot moet CE aangebracht worden en een conformiteitsverklaring opgesteld worden door de fabrikant, waarin deze aangeeft te voldoen aan de opgelegde eisen. Deze verklaring dient met het product meegeleverd te worden.

 

Onderwerp (artikel 1)

Deze richtlijn voorziet in de voorschriften om het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EEA) te beperken en zo bij te dragen tot de bescherming van de volksgezondheid en het milieu, met inbegrip van de milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing en verwijdering van afgedankte EEA.

 

Toepassingsgebied (artikel 2)

1. Behoudens lid 2 is deze richtlijn van toepassing op alle EEA die binnen de in bijlage I genoemde categorieën valt.

Bijlage 1:

  1. Grote huishoudelijke apparaten
  2. Kleine huishoudelijke apparaten
  3. IT- en telecommunicatieapparatuur
  4. Consumentenapparatuur
  5. Verlichtingsapparatuur
  6. Elektrisch en elektronisch gereedschap
  7. Speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur 8. Medische hulpmiddelen
  8. Meet- en regelapparatuur met inbegrip van industriële meet- en regelapparatuur
  9. Automaten
  10. Andere EEA die niet onder een van de bovenstaande categorieën valt.

2. Onverminderd artikel 4, leden 3 en 4, zorgen de lidstaten ervoor dat EEA die buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/95/EG viel, maar die niet zou voldoen aan deze richtlijn, op de markt aangeboden mag worden tot 22 juli 2019.

3. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de eisen van de Unie inzake veiligheid en gezondheid, en inzake chemische stoffen, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 1907/2006, alsook aan de eisen van specifieke Uniewetgeving inzake afvalstoffenbeheer.

4. Deze richtl©Šn is niet van toepassing op:

  1. apparatuur die nodig is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de beveiliging van de lidstaten, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal dat voor specifiek militaire doeleinden is bestemd;
  2. apparatuur die is ontworpen om de ruimte ingestuurd te worden;
  3. apparatuur die speciaal ontworpen is, en geïnstalleerd moet worden, als deel van een ander soort apparatuur die uitgesloten is of niet binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn valt, die zijn functie alleen als deel van die apparatuur kan vervullen en die alleen vervangen kan worden door dezelfde speciaal ontworpen apparatuur;
  4. grote, niet verplaatsbare industriële installaties;
  5. grote vaste installaties;
  6. vervoermiddelen voor personen of goederen, met uitzondering van elektrische tweewielers zonder typegoedkeuring;
  7. niet voor de weg bestemde en uitsluitend voor beroepsmatig gebruik beschikbaar gestelde mobiele machines;
  8. actieve, implanteerbare medische hulpmiddelen;
  9. fotovoltaïsche panelen die bestemd zijn voor gebruik in een systeem dat door vakmensen is ontworpen, gemonteerd en geïnstalleerd voor permanent gebruik op een bepaalde plaats om energie uit zonlicht te produceren voor openbare, commerciële, industriële en residentiële toepassingen;
  10. apparatuur die speciaal is ontworpen uitsluitend voor doeleinden van onderzoek en ontwikkeling en die alleen door een bedrijf aan een ander bedrijf ter beschikking wordt gesteld.

 

Definties (artikel 3)

  1. „elektrische en elektronische apparatuur” of „EEA”: apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te kunnen werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden en bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1 000 volt bij wisselstroom en 1 500 volt bij gelijkstroom;
  2. voor de toepassing van punt 1, „afhankelijk”: met betrekking tot EEA, elektrische stroom of elektromagnetische velden nodig hebben om ten minste één beoogde functie te vervullen;
  3. „grote, vaste industriële installaties”: een groot geheel van machines, apparatuur en/of onderdelen die samenwerken voor een bepaalde toepassing, op een vaste plaats door vakmensen worden geïnstalleerd of afgebroken en door vakmensen worden gebruikt en onderhouden in een industriële productieomgeving of een centrum voor onderzoek en ontwikkeling;
  4. „grote, niet-verplaatsbare installatie”: een grootschalig samenstel van diverse typen apparaten en eventueel andere hulpmiddelen die door vakmensen wordt gemonteerd en geïnstalleerd en bestemd is voor permanent gebruik op een vooraf bepaalde en speciaal daarvoor bestemde plaats, en die door vakmensen afgebroken wordt;
  5. „kabels”: alle kabels voor een spanning van minimaal 250 volt die als verbindings- en verlengsnoer dienen om EEA met het stopcontact of twee of meer EEA met elkaar te verbinden;

 

Preventie (artikel 4)

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat EEA die in de handel wordt gebracht, met inbegrip van kabels en reserveonderdelen voor de reparatie, het hergebruik, het aanpassen van functionele aspecten of het verbeteren van de capaciteit van deze apparatuur, geen van de in bijlage II genoemde stoffen bevat.

Bijlage II:

  • Lood (0,1 %)
  • Kwik (0,1 %)
  • Cadmium (0,01 %)
  • Zeswaardig chroom (0,1 %)
  • Polybroombifenylen (PBB’s) (0,1 %)
  • Polybroomdifenylethers (PBDE’s) (0,1 %)

6. Lid 1 is geldt niet voor de in de bijlagen III en IV genoemde toepassingen.

 

Verplichtingen van fabrikanten (artikel 7)

De lidstaten zorgen ervoor dat:

  1. de fabrikanten, wanneer zij EEA in de handel brengen, waarborgen dat deze producten zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de eisen van artikel 4;
  2. de fabrikanten de vereiste technische documentatie opstellen en de overeenkomstig module A van bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG vastgestelde interne productiecontrole uitvoeren of laten uitvoeren;
  3. wanneer met de in punt b) bedoelde procedure is aangetoond dat EEA aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen de fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan op het eindproduct. Indien andere toepasselijke Uniewetgeving de toepassing van een procedure voor conformiteitsbeoordeling vereist die ten minste net zo streng is, kan het bewijs dat is voldaan aan de eisen van artikel 4, lid 1, van deze richtlijn worden geleverd in de context van die procedure. De opstelling van één enkele technische documentatie volstaat dan;
  4. de fabrikanten de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring bewaren tot 10 jaar nadat de betreffende EEA in de handel is gebracht;
  5. de fabrikanten ervoor zorgen dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van hun serieproductie te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van EEA en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van de apparatuur is verwezen;
  6. de fabrikanten een register bijhouden van non-conforme producten en teruggeroepen EEA en de distributeurs op de hoogte houden daarvan;
  7. de fabrikanten ervoor zorgen dat op hun EEA een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer dit door de omvang of aard van de EEA niet mogelijk is, dat de vereiste informatie op de verpakking of in een bij de EEA gevoegd document is vermeld;
  8. de fabrikanten hun naam, geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het contactadres op de EEA vermelden, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij de EEA gevoegd document. Het adres moet één enkele plaats aangeven waarop de fabrikant kan worden gecontacteerd. Indien andere toepasselijke wetgeving van de Unie voorschriften voor aanbrenging van de naam en het adres van de fabrikant bevat die ten minste net zo streng zijn, gelden deze voorschriften;

EU-conformiteitsverklaring (artikel 13)

  1. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat het aangetoond is dat aan de eisen van artikel 4 is voldaan.
  2. De structuur van de EU-conformiteitsverklaring komt overeen met het model en bevat de in bijlage VI vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. De EG-conformiteitsverklaring wordt vertaald in de taal of talen die worden voorgeschreven door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden. Indien andere toepasselijke wetgeving van de Unie de toepassing van een procedure voor conformiteitsbeoordeling vereist die ten minste net zo streng is, kan het bewijs dat is voldaan aan de eisen van artikel 4, lid 1, van deze richtlijn worden geleverd in de context van die procedure. De opstelling van één enkele technische documentatie volstaat dan.
  3. Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van de EEA met deze richtlijn op zich.

 

EU-Conformiteitsverklaring (bijlage VI)

  1. Nr. … (uniek identificatienummer van de EEA):
  2. Naam en adres van de fabrikant of zijn gemachtigde:
  3. Deze conformiteitsverklaring wordt verstrekt onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant (of de installateur):
  4. Voorwerp van de verklaring (beschrijving aan de hand waarvan de EEA kan worden getraceerd, indien nodig, met een foto):
  5. Het hierboven beschreven voorwerp is conform Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur:
  6. Indien van toepassing, vermelding van de toegepaste geharmoniseerde normen of van de technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft:
  7. Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens:

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening):

 


dr. Rick Elbersen