Home

  Zoeken

  Cursussen


  Disclaimer

Meerdere richtlijnen van toepassing op producten

Een product kan ook binnen de werkingssfeer van andere richtlijnen valt. In dat geval dienen in principe alle richtlijnen parallel te worden toegepast om aan de speciale eisen van elke richtlijn te voldoen.


EMC-richtlijn
Als de EMC Richtlijn (elektromagnetische compatibiliteit ook van toepassing is, moet deze Richtlijn eveneens te worden toegepast. De EMC-richtlijn dient te worden toegepast om te waarborgen dat het product geen elektromagnetische storing veroorzaakt en dat de normale werking van het product niet wordt beïnvloed door dergelijke storingen. Er zullen bepaalde toepassingen zijn waarbij het "normale" niveau van elektromagnetische immuniteit niet voldoende is. In dat geval is de fabrikant verplicht de door zijn producten overeenkomstig bijlage II, punt 1.2.7, van ATEX Richtlijn (zie kader) bereikte elektromagnetische immuniteit te specificeren.

- Elektromagnetische Compatibiliteit richtlijn 89/336/EEG

- Meer informatie >>




Bijlage II, punt 1.2.7. Beveiliging tegen andere gevaren

Apparaten en beveiligingssystemen moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat:
a) elk gevaar voor verwondingen of andere schade als gevolg van rechtstreeks of indirect contact wordt vermeden;
b) zich geen oppervlaktetemperaturen op toegankelijke delen van apparaten of stralingen voordoen die een gevaar kunnen teweegbrengen;
c) niet-elektrische gevaren die uit de ervaring zijn gebleken worden uitgesloten;
d) voorziene overbelastingssituaties niet tot een gevaarlijke situatie leiden. Wanneer voor apparaten en beveiligingssystemen de in dit punt bedoelde gevaren geheel of ten dele onder andere communautaire richtlijnen vallen, is deze richtlijn niet van toepassing of houdt zij op van toepassing te zijn voor die apparaten en beveiligingssystemen en voor die gevaren zodra die bijzondere richtlijnen van toepassing worden.


Bijvoorbeeld, beveiligingssystemen waarbij de resultaten van de verzameling en verzending van gegevens direct van invloed kan zijn op de ontploffingsveiligheid.



Laagspanningsrichtlijn
Producten voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen zijn expliciet uitgesloten van de werkingssfeer van Laagspanningsrichtlijn. Niet uitgesloten van de werkingssfeer van de laagspanningsrichtlijn zijn veiligheids-, controle- en regelvoorzieningen die bedoeld zijn voor gebruik buiten plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, maar die nodig zijn voor of bijdragen tot de veilige werking van apparaten en beveiligingssystemen. In dergelijke gevallen dienen beide richtlijnen te worden toegepast.



Machinerichtlijn
De machinerichtlijn geeft zeer algemene eisen ter voorkoming van ontploffingen (machinerichtlijn, bijlage I, punt 1.5.7). Omdat de ATEX Richtlijn prioriteit heeft met betrekking tot explosiebeveiliging op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, dient deze laatste te worden toegepast. Voor andere relevante risico's betreffende machines dienen de eisen van de machinerichtlijn ook te worden toegepast.


Vervoer gevaarlijke stoffen
Om overlap te voorkomen met Richtlijn over het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg zijn de meeste vervoermiddelen uitgesloten van de werkingssfeer van de ATEX richtlijn. Over het algemeen verlaten voertuigen die wel onder de ATEX Richtlijn vallen, het terrein van de gebruiker niet. Typische voorbeelden zijn vervoermiddelen via rails die worden gebruikt in mijnen waar mijngas kan voorkomen, vorkheftrucks en andere mobiele machines waarvan de eigen verbrandingsmotor, remsystemen en elektrische circuits mogelijke ontstekingsbronnen kunnen zijn.

Het is mogelijk dat beide richtlijnen parallel worden toegepast, bijvoorbeeld wanneer de fabrikant een vervoermiddel ontwerpt en bouwt dat bedoeld is voor het vervoer van gevaarlijke (in dit geval ontvlambare) goederen op de openbare
weg, alsmede voor gebruik in gebieden waar zich explosieve omgevingen kunnen voordoen.


Persoonlijke beschermingsmiddelen
Persoonlijke beschermingsmiddelen bedoeld voor gebruik in explosieve omgevingen dienen zo te worden ontworpen en vervaardigd dat zij niet de bron kunnen zijn van een elektrische, elektrostatische of door een botsing geïnduceerde vlamboog of vonk waarvan de kans bestaat dat hij een explosief mengsel doet ontbranden. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn uitgesloten van de ATEX Richtlijn. De productie van PBM’s voor gebruik in explosieve omgevingen vallen onder basiseis 2.6 van de PBM-richtlijn.


Richtlijn bouwproducten
Er bestaat overlap tussen de ATEX Richtlijn en de Richtlijn Bouwproducten. Het betreft:
- gebieden waar explosiebeveiligingssystemen en brandbestrijdingssystemen dezelfde media gebruiken;
- gebieden die voor distributiesystemen zoals buizen, buiszadels, mondstukken enz., gebruik maken van gemeenschappelijke apparatuur.

In geval van twijfel is de bouwproductenrichtlijn van toepassing indien het ter discussie staande onderwerp is bevestigd aan een gebouw en in dat geval een deel van het gebouw wordt of indien het kan worden gezien als een gebouw op zichzelf (bijvoorbeeld een silo). In dergelijke gevallen zijn de bouwproductenrichtlijn en ATEX-richtlijn parallel van toepassing.

- Bouwprodukten richtlijn richtlijn 89/106/EEG met onderliggende richtlijnen

- Meer informatie >>





Notified Body
Een aangemelde instantie mag alleen aspecten die betrekking hebben op twee of meer richtlijnen behandelen als zij op gebied van deze richtlijnen met een juist bevoegdheidsgebied is aangemeld.




Willem Verwoerd en Richard Winter