De (uitwendige) blikseminstallatie moet worden uitgevoerd volgens de norm. Bliksembeveiligingsinstallaties moeten zijn voorzien van een eigen aardingssysteem. Tijdens blikseminslag op de blikseminstallatie of in de omgeving van de blikseminstallatie kunnen potentiaalverschillen optreden tussen delen van de blikseminstallatie en metalen delen in de omgeving zoals water- en gasleidingen. Hierdoor kan afslag (overspringen van een ontlading) optreden en kunnen gevaarlijk hoge spanningen ontstaan. Om overspringen van een ontlading (afslag) te voorkomen wordt potentiaalvereffening toegepast. Hierbij worden alle onderdelen van geaarde installaties en metalen delen met de blikseminstallaties verbonden volgens NEN 1010. Voor beveiliging tegen overspanningen ten gevolge van blikseminslag zie NEN 1010.
Telecom-kabels en water- of gasleidingen van het openbare net mogen niet zonder meer worden aangesloten op de blikseminstallatie. Hiervoor is toestemming nodig van de de beheerder van het net.