Aardingsvoorzieningen en beschermingsleidingen belangrijkste onderwerpen NEN 1010
Aardingsvoorzieningen mogen zowel gemeenschappelijk als afzonderlijk zijn gebruikt voor bescherming tegen indirecte aanraking en voor functionele aarding.
Aardingsvoorzieningen moeten zo zijn dat: * hun weerstand blijvend voldoende laag is,
* zij zijn bestand tegen de thermische en mechanische belasting ten gevolge van aardfoutstromen en aardlekstromen en
* zij zijn bestand tegen uitwendige invloeden of zijn voorzien van een aanvullende bescherming.
Metalen delen moeten, waar nodig, tegen elektrochemische aantasting zijn beschermd.
Aardelektroden De doelmatigheid van een aardelektrode hangt af van de bodemgesteldheid ter plaatse, zodat afhankelijk daarvan één of meer elektroden moeten worden toegepast om een voldoend lage aardverspreidingsweerstand te verkrijgen. Als aardelektroden mogen zijn gebruikt:
* aardstaven en aardbuizen;
* bandvormige en draadvormige aardleidingen;
* aardplaten;
* in funderingen opgenomen elektroden;
* wapeningsstaven van betonconstructies in de grond;
* metalen waterleidingnetten mits daarvoor schriftelijke toestemming is verkregen van de beheerder van het waterleidingnet en vaststaat dat de beheerder van de elektrische installatie tijdig zal worden gewaarschuwd wanneer het waterleidingnet door wijziging niet langer als aardelektrode geschikt zal zijn.
* andere metalen voorzieningen in de grond. Leidingnetten voor het transport van gassen en brandbare vloeistoffen en leidingnetten van verwarmingssystemen, mogen niet als aardelektrode zijn gebruikt. Loodmantels en andere metalen omhulsels van kabels, die niet noemenswaard door corrosie kunnen worden aangetast, mogen als aardelektrode zijn gebruikt mits daarvoor schriftelijke toestemming is verkregen van de beheerder van het kabelnet en vaststaat dat de beheerder van de elektrische installatie zal worden gewaarschuwd wanneer het kabelnet niet langer als aardelektrode geschikt is.