S-ketens moeten voldoen aan onderstaande voorwaarden. Verderop staan nog aanvullende voorwaarden voor de voeding van 1 of meerdere toestellen.
Voeding S-ketens S-ketens mogen alleen zijn gevoed door:
* beschermingstransformatoren of
* voedingsbronnen die dezelfde bescherming bieden als beschermingstransformatoren, zoals bijvoorbeeld roterende omzetters waarbij de scheiding tussen de wikkelingen gelijkwaardig is aan die van beschermingstransformatoren.
Het vereiste niveau van de scheiding is gewaarborgd als het elektrisch materieel de hoge beproevingsspanning kan doorstaan die voor beschermingstransformatoren geldt.
Verplaatsbare voedingsbronnen Voor verplaatsbare voedingsbronnen met netaansluiting geldt dat wanneer de S-keten maar één toestel met een metalen gestel voedt het gestel niet mag zijn verbonden met een beschermingsleiding.
Vaste voedingsbronnen moeten: Indien de S-keten maar één toestel met een metalen gestel voedt mag het gestel niet zijn verbonden met een beschermingsleiding of zo zijn uitgevoerd dat de uitgang is gescheiden van de ingang en van het omhulsel door een isolatie die voldoet aan het onder b. genoemde; indien de voedingsbron voor meer dan een toestel dient mogen de metalen gestellen van deze toestellen niet zijn verbonden met het metalen omhulsel van de voedingsbron.
Nominale spanning De nominale spanning van S-ketens mag niet meer dan 500 V bedragen.
Actieve delen Actieve delen in S-ketens moeten elektrisch zijn gescheiden van:
* actieve delen en beschermingsleidingen in andere stroomketens en
* aarde.
Dit kan constructieve voorzieningen noodzakelijk maken bij relais, contactoren en dergelijke, die zowel deel uitmaken van een S-keten als van een andere stroomketen. Bovendien verdient het aanbeveling om als vaste leidingen draad in buis van isolatiemateriaal of leidingen zonder metalen mantel of aardingsscherm toe te passen en voor omhulsels van stopcontacten en toebehoren van leidingen isolatiemateriaal te kiezen. Volgens NEN 3140 moet regelmatig worden gecontroleerd of het isolatieniveau voldoende hoog is.
Op grond van deze bepaling mogen geen ontstoringsinrichtingen zijn toegepast waarbij condensatoren zijn geschakeld tussen actieve delen en aarde.
Om een defect door aardsluiting te voorkomen moet bijzondere zorg worden besteed aan de isolatie van actieve delen ten opzichte van aarde. In het bijzonder moet bij verplaatsbare leidingen worden voorkomen dat de isolatie wordt beschadigd. De elektrische scheiding moet ten minste gelijkwaardig zijn aan die tussen de primaire en secundaire wikkeling van een beschermingstransformator.
Verplaatsbare leidingen Als verplaatsbare leidingen niet tegen mechanische bescherming zijn beschermd moeten ze in zicht gelegd zijn. Bij deze bepaling is gedacht aan NEN 3140 die een periodieke controle van verplaatsbare leidingen voorschrijft.
Gebruik van leidingen Leidingen in S-ketens moeten ruimtelijk gescheiden zijn aangelegd van leidingen in andere stroomketens. Deze bepaling geldt niet:
* voor leidingen die deel uitmaken van verschillende S-ketens gevoed door dezelfde stroombron of
* indien een gescheiden aanleg onmogelijk is, mits gelijktijdig aan het volgende is voldaan:
* de leidingen zijn meeraderig zonder metalen omhulsel of geïsoleerde draden in buizen of goten van isolatiemateriaal,
* de isolatie van de leidingen voldoet aan de eisen die gelden bij de hoogst aanwezige spanning en
Metalen gestellen Metalen gestellen mogen in S-ketens niet opzettelijk zijn verbonden met:
* metalen gestellen van andere stroomketens of
* aarde.
Als een metalen gestel in een S-keten bedoeld of onbedoeld in contact kan komen met een metalen gestel in een andere stroomketen is de bescherming tegen elektrische schok niet langer gewaarborgd door de S-ketens. Bescherming tegen elektrische schok moet dan worden verkregen door beschermingsmaatregelen in de andere stroomketen.
Aanvulling één toestel Aanvullend op bovengenoemde eisen geldt nog dat voor S-ketens waarop één toestel is aangesloten het gestel niet mag zijn verbonden met een beschermingsleiding.
Aanvulling meer dan één toestel Aanvullend op bovengenoemde eisen mag een voedingsbron van een S-keten meer dan één toestel voeden indien:
* beschadigingen en isolatiedefecten van de leiding zoveel mogelijk worden voorkomen en
* aan de hieronder genoemde bepalingen is voldaan.
Metalen gestellen in S-ketens moeten geleidend met elkaar zijn verbonden door een geïsoleerde, niet met aarde verbonden, vereffeningsleiding (PU-leiding). Deze PU-leiding mag niet geleidend zijn verbonden met beschermingsleidingen of metalen gestellen in andere stroomketens of met vreemde geleidende delen. Het metalen gestel van de voedingsbron behoort niet tot de S-keten.
Alle stopcontacten in een S-keten moeten zijn voorzien van een beschermingscontact waarmee de PU-leiding moet zijn verbonden.
Verplaatsbare leidingen moeten een groen-gele ader bevatten voor gebruik als PU-leiding. Deze bepaling geldt niet voor verplaatsbare leidingen ten behoeve van de aansluiting van elektrisch materieel van klasse II.