/ Home / Veilig werken en inspecties / NEN 1010 / Onderwerpen / Beschermingsmaatregelen / Indirecte aanraking / Automatische uitschakeling van de voeding  

TT-stelsel
automatische uitschakeling voeding

Het berekenen van weerstanden tussen gestellen en aarde is in principe gelijk aan de bescherming zoals deze in NEN 1010 is aangegeven.

Metalen gestellen die door hetzelfde beveiligingstoestel zijn beveiligd moeten door beschermingsleidingen met een gemeenschappelijke aardelektrode zijn verbonden. Sterpunten van generatoren of transformatoren moeten met aarde zijn verbonden. Als er geen sterpunt is, of dit niet toegankelijk is, moet een fase met aarde zijn verbonden. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan:

I a * R A < U

waarin:

I a
is de stroom die het beveiligingstoestel doet aanspreken binnen de in tabel 41Z of figuur 41Z aangegeven tijd;

R A
is de weerstand tussen metalen gestellen en aarde;

U
is U L



Bij toepassing van aardlekschakelaars is I a de nominale aanspreekstroom van de aardlekschakelaar I n. Om redenen van selectiviteit mogen S-type aardlekschakelaars in serie worden gebruikt met algemene aardlekschakelaars. Om selectiviteit te verkrijgen met S-type aardlekschakelaars is een aanspreektijd van ten hoogste 0,5 s toegelaten in alle groepen, behalve eindgroepen.

Als een overstroombeveiliging is toegepast moet deze een van de volgende eigenschappen hebben:
a) een inverse stroom-tijdkarakteristiek waarbij I a binnen 5 s uitschakeling veroorzaakt of
b) een uitschakelkarakteristiek waarbij I a de kleinste stroom is die tot onmiddellijke uitschakeling leidt.


In een TT-stelsel moet ten minste een van de volgende beveiligingen zijn toegepast:
a) overstroombeveiliging of
b) aardlekbeveiliging.



Auteur: A. de Blaauw