U heeft aangegeven dat het materieel zich op verschillende lokaties bevindt. Bijvoorbeeld in verschillende gebouwen, verschillende service busjes of bijvoorbeeld ‘op de man’. In dit geval doet u er verstandig aan om de gereedschappen zo te coderen dat duidelijk is op welke lokatie of in welke (service) bus, of iets dergelijks dit gereedschap hoort te liggen, bijvoorbeeld:
- gebouw of servicebus A
- gebouw of servicebus B
Vervolgens geeft u de gereedschappen een volgnummer. U krijgt dan
- A001,
- A002, etc.
In de praktijk is gebleken dat dit een handige manier van coderen is voor het uitvoeren van de keuring maar ook voor het traceren van het materieel. Tijdens de keuring wilt u immers kunnen beschikken over een lijst met daarop het te keuren materieel in dat gebouw, in die bus, etc.