Hoe staat het met de ATEX geschiktheid?
Share
In diverse bedrijven komen we explosiegevaarlijke zone's tegen, dit kan het geval zijn bij silo's met daarin poedervormige grondstoffen of bij bijvoorbeeld tanks met (brand) gevaarlijke stoffen.
Tijdens de praktijkinspecties die we uitvoeren maken we altijd gebruik van een explosieveiligheidsdocument, als dat er tenminste is. Heb je explosiegevaarlijke omgevingen bij jou in het bedrijf dan zou je een explosieveiligheidsdocument (EVD) moeten hebben.
In dat document vind je een uiteenzetting van het proces maar ook specificaties van de (vloei)stoffen en aansluitend wordt er dan een ei gelegd over de zones. Die zones worden bepaald op basis van het aantal uren per jaar dat zich een explosiegevaarlijke situatie kan voordoen.

Als de zoneringen vastliggen dan liggen ook de eisen vast waaraan het materieel in de zones moet voldoen en kan de praktijkinspectie een aanvang vinden.

Nu kunnen we op de apparatuur in de gezoneerde gebieden vaststellen of de categorie klopt met de zone. Als het goed is dan is dit allemaal goed gedocumenteerd maar dat uit ervaring weten we dat dat niet altijd zo is. In dat geval zal deze controle gedaan moeten worden door in de praktijk de typeplaatjes te bekijken, of daarop de juiste categorie staat. Is het typeplaatje niet meer leesbaar en er is verder niks gedocumenteerd dan zit er niets anders op dan: vervangen.
Dat is dan stap een, verder speelt ook de temperatuurklasse een rol, dit is een getal waarmee aangegeven wordt hoe heet het apparaat wordt.
- T1 Ontstekingstemperatuur 450 °C
- T2 Ontstekingstemperatuur 300 °C
- T3 Ontstekingstemperatuur 200 °C
- T4 Ontstekingstemperatuur 135 °C
- T5 Ontstekingstemperatuur 100 °C
- T6 Ontstekingstemperatuur 85 °C
Je moet dan (als het goed is in het EVD) informatie vinden over de maximale toegestande temperatuur in een zone, wat dat is hangt af van de stof.

Bij stof is de temperatuurklasse meestal niet relevant, bij stof kan je het beste zorgen dat alles brandschoon is en blijft en er dus geen stofafzetting is. Vaak kun je in dergelijke gevallen met 'clean housekeeping' uit de voeten. Een voorbeeld hiervan zie je hieronder.
Op de linkerfoto is sprake van een teveel aan stof en is er sprake van een zone. Dit houdt in dat alle apparaten, pompen, motoren, TL buizen, stopcontacten, etc. geschikt moeten zijn voor die zone.

Op de rechterfoto zie je dat de vloer spik en span is en zijn de oorzaken van de stofproblemen opgelost. En is er een schoonmaakrooster opgesteld. Als je dat zo (stofvrij) kan houden dan is er sprake van een zogenaamd Niet Gevaarlijk Gebied (NGG) maar dan wel onder voorwaarde van: 'clean housekeeping'. Tevens dien je dan periodiek bijvoobeeld flexibele leidingenop lekkages te controleren en dat z.s.m. te verhelpen, anders kom je weer in een zone terecht. Ook is het niet verstandig om schoon te maken met perslucht want dan verspreid je de stof alleen maar...
Richard Winter en Philip Warneke