Onze website is vernieuwd. Een frisse look, betere prestaties en meer gebruiksgemak.

 / Home / Branchegewijze toelichtingen / Algemeen / Elektrische veiligheid / Branche specifiek  

Aanvullende eisen jachthavens
elektriciteit

In verband met de elektrische veiligheid van u zelf en uw klanten, stelt de norm NEN 1010 een aantal aanvullende eisen voor Jachthavens.


1. Zorg dat schakel- en verdeelinrichtingen (meterkast maar ook losse verdeelpunten) NIET toegankelijk zijn voor het publiek. Dit kan met een slot.

2. Gebruik stopcontacten die waterbestendig zijn, kies de juiste IP aanduiding.

3. Kies het elektrisch materieel op basis van de hoogst verwachte waterstand.

4. Er moeten voldoende stopcontacten op het terrein aanwezig zijn.

5. De stopcontacten voor vaartuigen moeten achter een aardlekschakelaar zitten van maximaal 30 mA. Vaste aardlekschakelaars en niet snoer-aardlekschakelaars.

6. Achter één aardlekschakelaar mogen maximaal 6 stopcontacten zitten.

7. In toiletruimten moeten stopcontacten achter een S-keten (scheertrafo) zitten of achter een aardlekschakelaar van maximaal 30 mA.

8. Haspels, verlengsnoeren die gebruikt worden om vaartuigen van stroom te voorzien mogen niet langs de beschoeiing zijn gelegd.

9. Leidingen op aanlegsteigers moeten zo zijn gelegd dat deze niet kunnen worden beschadigd.

10. Plaats nooit een zwaardere schroefpatroon ('stop') of installatieautomaat in de meterkast of in het verdeelpunt op het terrein. Door de vaak lange lengten van elektrische leidingen (tussen de meterkast of verdeelpunt en de stopcontacten) kan het plaatsen van een zwaardere 'stop' tot gevolg hebben dat deze er NIET meer op tijd, of in het ergste geval helemaal niet meer uitschakelt. Overleg dit soort zaken met uw (huis)installateur.

11. Controleer tijdens uw rondes visueel de veiligheid van de haspels, verlengsnoeren, et cetera.

12. Eventueel aanwezige stacaravans en seizoenwoningen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA zijn geplaatst.


Auteur drs. Richard Winter