Home

  Zoeken

  Cursussen


  Disclaimer

Regels voor de wijze van opslag en afval

Hieronder wordt nader ingegaan op opslag van chemicaliën. De volgende categorieën chemicaliën worden onderscheiden:


A. Brandgevaarlijke stoffen (R10 t/m R12 code etiket F)
Deze stoffen worden in een veiligheidskast opgeslagen. De veiligheidskast zorgt voor een afdoende brandwerendheid en ventilatie van de doorgaans vluchtige stoffen. Brandgevaarlijke vloeistoffen dienen niet in een koelkast opgeslagen te worden tenzij deze explosieveilig is.


B. Toxische en extreem toxische stoffen (R23 t/m R28 code etiket T; T )
Toxische stoffen moeten eveneens in een veiligheidskast worden opgeslagen. Zeer toxische en extreem toxische stoffen kunnen in een speciaal (af te sluiten) kastje in diezelfde veiligheidskast worden opgeslagen en wordt een bepaald sleutelbeheer afgesproken. Door deze brandwerende vorm van opslag wordt voorkómen dat bij een brand binnen het laboratorium (extreem) toxische stoffen vrijkomen. Een zelfde regime kan ook worden gevolgd voor carcinogene, mutagene en teratogene stoffen (R45t/m 47, R49).


C. Oxyderende stoffen (R8, R9 code etiket O)
Deze categorie bevat oxyderende zuren (geconcentreerd salpeterzuur, perchloorzuur) en andere oxyderende stoffen zoals perchloraten, nitraten en permanganaten. Kleine hoeveelheden (enkele flessen of potten) kunnen, eventueel extra afgesloten met parafilm om de dop heen, bij andere chemicaliën (zoals bij de zuren) worden opgeslagen, echter niet bij organische stoffen (voornamelijk de stoffen onder categorie A) vanwege het explosiegevaar; zie ook onder 'Gevaarlijke combinaties'.


D. schadelijke / irriterende en corrosieve stoffen (R20 t/m 22, R34 t/m R38 code etiket Xn; Xi; C)
Deze voorraden kunnen in aparte (geventileerde) kasten worden opgeslagen. Basen en zuren dienen van elkaar gescheiden te zijn. De voorraden worden in lekbakken opgeslagen. De onderkasten van zuurkasten zijn soms geschikt gemaakt voor deze opslag (ventilatie).


E. Bijzondere categorieën risicovolle stoffen
Terwijl bij bovengenoemde categorieën ervan uit gegaan wordt dat het brandgevaar van buiten de veiligheidskast komt (laboratoriumbrand), geldt voor de hier genoemde soorten stoffen dat het brandrisico in de stof zelf zit, het gevaar komt dus van binnen uit de kast.

Voorbeelden:
E1. Ontplofbaar ( R1 t/m 6, R 9 etiket code E)
E2. Chemicaliën die met water gevaarlijke reacties geven zoals Na, K, hydrides (R14,15)



Auteur: Raphaël Gallis