Home

  Zoeken

  Cursussen


  Disclaimer

Belangrijkste wijzigingen PGS 15

Juni 2004 is de Commissie Preventie van Rampen door gevaarlijke stoffen (CPR) opgeheven en zijn hun publicaties, de CPR-Richtlijnen, omgezet naar de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Op 28 juni 2005 is de richtlijn PGS 15 van kracht geworden, die de richtlijnen CPR 15-1 t/m 15-3 vervangt. De PGS 15 is een stuk soepeler dan de CPR 15-1, die in de praktijk nogal tot discussie aanleiding gaf. Met de PGS 15 moet dat nu zo ongeveer wel voorbij zijn. In de praktijk kan het zelfs zinvol zijn om een wijziging aan te vragen van de vergunning Wet milieubeheer.

De CPR 15-serie is begin jaren ‘90 gepubliceerd. In 2001 is een knelpuntenonderzoek uitgevoerd, waaruit de conclusie is getrokken dat de richtlijnen moeten worden geactualiseerd en samengevoegd. Die knelpunten hadden vooral betrekking op het toepassingsgebied, de complexiteit van de materie en de ontwikkelingen in beleid en technologie.

Daarnaast is bij de totstandkoming van de PGS 15 invulling gegeven aan het voornemen van de overheid regelgeving te herijken en tegenstrijdigheden te voorkomen. Zo is de indeling van gevaarlijke stoffen in de PGS 15 gebaseerd op de vervoerswetgeving ADR (Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route) in plaats van op de Wet milieugevaarlijke stoffen. Hierdoor zijn de bepalingen uit PGS 15 beter inpasbaar in het logistiekmanagement van bedrijven. Door de keuze voor het ADR is de PGS 15 niet meer van toepassing op een aantal categorieën stoffen met beperkt risico.





PGS 15 is een herziening van de richtlijnen:
- CPR 15-1, tweede druk 1990, Opslag van gevaarlijke stoffen in emballage, opslag van vloeistoffen en vaste stoffen (0 tot 10 ton);
- CPR 15-2, eerste druk 1991, Opslag van gevaarlijke stoffen, chemische afvalstoffen bestrijdingsmiddelen in emballage, opslag van grote hoeveelheden (vanaf een hoeveelheid van 10 ton);
- CPR 15-3, eerste druk 1990, Opslag van bestrijdingsmiddelen in emballage, opslag van bestrijdingsmiddelen in distributiebedrijven en aanverwante bedrijven (vanaf 400 kg);
- Leidraad voor de vergunningverlening voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen bij stuwadoorsbedrijven, december 1993.

Tevens vervangt PGS 15 hoofdstuk 8.3 “opslag van gevulde spuitbussen” uit de richtlijn CPR 11-6 “Propaan, vulstations voor spuitbussen met propaan, butaan en dimethyl-ether als drijfgas”.






De belangrijkste veranderingen zijn:
- PGS 15 is gebaseerd op het ADR en niet meer op de Wet milieugevaarlijke stoffen. De vervoersetiketten gaan nu ook in de opslag gelden en niet langer de oranje etiketten. Dit houdt in dat de meeste WMS geclassificeerde stoffen Xn Xi buiten de nieuwe richtlijn vallen. Een aantal Xi en Xn stoffen blijven overigens wel degelijk onder het ADR vallen zoals bijvoorbeeld Methyleenchloride Xn, klasse 6.1.. In de praktijk is de overgang naar ADR classificatie een verbetering, er is immers geen verschil meer in classificatie. Zo kon het voorkomen dat een stof onder WMS als giftig werd beschouwd en onder ADR als brandbaar. Die verschillen, die vooral bij de handhaving problemen gaven zijn nu dus opgelost.

- ATEX 137, eisen aan brandbeveiliginginstallaties en bijvoorbeeld eisen aan opslagvoorzieningen zijn geïntegreerd in de PGS 15. Toelichting ATEX>>

- Tot 10 ton mogen veel meer stoffen in een ruimte bij elkaar worden opgeslagen, in een aantal gevallen met gescheiden lekbakken.

- Het begrip ‘werkvoorraad’ is duidelijker omschreven.

- Met de PGS 15 is aansluiting gezocht bij het Bouwbesluit 2003

- Bedrijven mogen inpandig nu 10 ton opslaan in plaats van 2,5 ton, ook op verdiepingen mag meer worden opgeslagen dan op basis van CPR 15. Voor bepaalde gevallen gelden echter aanvullende eisen.

- De minimale afstand tot andere gebouwen of erfgrens is komen te vervallen, tenminste als de opslag voldoende brandwerend is.

- Als u uitsluitend stoffen met bijtende eigenschappen heeft zijn er geen brandwerende eisen (zie 3.2.1.1) de oveirge bouwkundige eisen zoals vloeren, stellingen en dergelijke blijven ook voor bijtende stoffen gelden

- Aan elkaar geschakelde loodsen waar per ruimte maximaal 10 ton is opgeslagen zijn in de PGS 15 toegestaan. Voor deze ruimten gelden de eisen voor opslag tot 10 ton. Het is derhalve de moeite waard, als u meer dan 10 ton in opslag heeft om te overwegen om de ruimte te splitsen. De eisen zijn dan een stuk lager.

- Nieuwe of gewijzigde opslagplaatsen voor spuitbussen, gasflessen en carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen moeten voldoen aan de PGS 15.

- Stellingen moeten onder andere voldoen aan NEN 5051 en NEN 5054. Daarnaast gelden nog meer eisen voor stellingen zoals verticale scheiding van stoffen, etc.





Af- en overtappen
Af- en overtappen in een standaard PGS 15 opslag is nog steeds niet toegestaan. Dit kan echter wel toegestaan worden maar dan moet u aan veel strengere, speciaal door het bevoegd gezag opgestelde voorschriften (die veel verder gaan dan de PGS 15) moeten voldoen.

Of in woorden van artikel 3.1.4. PGS 15
In een opslagvoorziening mogen, met uitzondering ten behoeve van
monstername en ter bestrijding van een lekkage of calamiteit, geen aftap-
of overtapwerkzaamheden plaatsvinden. Ompakwerkzaamheden mogen slechts
plaatsvinden indien de primaire verpakking niet wordt geopend.

Toelichting: indien in een ruimte zowel opslag van verpakte gevaarlijke stoffen als
aftap- of overtapwerkzaamheden van gevaarlijke stoffen plaatsvinden, is er geen
sprake meer van een opslagvoorziening. In dergelijke gevallen zal het bevoegd
gezag moeten nagaan of en onder welke omstandigheden combinatie van opslag
en aftappen mogelijk is. In PGS 15 is hiermee geen rekening gehouden. In
dergelijke situaties kunnen voorschriften voor een deel worden ontleend aan
PGS 15, aanvullend moeten extra voorschriften in verband met mogelijke
blootstelling, verhoogd brandgevaar en ongevallenrisico’s worden overwogen.






Toevoeging van een aantal categorieën gevaarlijke stoffen
De PGS 15 is uitgebreid met een aantal categorieën gevaarlijke stoffen die in de CPR 15-richtlijnen waren uitgezonderd:
- gasflessen (alleen de reguliere gassen en niet de exotische gassen zoals chloor, fosgeen etc.);
- spuitbussen;
- carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-stoffen);
- bepaalde organische peroxiden in kleinverpakking tot 1.000 kg;
- zeer licht ontvlambare stoffen;
- brandgevaarlijke vaste stoffen;
- voor zelfontbranding vatbare stoffen;
- stoffen met ontwikkeling van brandbare gassen in contact met water;
- infectueuze stoffen (alleen ziekenhuisafval en diagnostische monsters).






Rapportage en journaal
Heeft een bedrijf meer dan 2,5 ton kg aan gevaarlijke stoffen dan moet er een journaal bijgehouden worden van de opgeslagen stoffen. Ook dienen Veiligheidsinformatiebladen (MSDS) aanwezig te zijn.





Relatie PGS 15 met andere wetgeving
De PGS 15 heeft een relatie met andere wetgeving en richtlijnen:
- Seveso-richtlijn en BRZO
- Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI)
- ATEX 95 en ATEX 137
- NRB
- Registratie risicosituaties gevaarlijke stoffen
- Transport van gevaarlijke stoffen





De belangrijkste consequenties
Kort samengevat moet in kaart gebracht worden welke gevaarlijke stoffen er aanwezig zijn en op welke wijze deze moeten worden opgeslagen. Dit kan tot gevolg hebben dat er extra voorzieningen moeten worden getroffen of dat er juist minder voorzieningen nodig zijn. De komst van de PGS 15 houdt overigens lang niet altijd in dat uw huidige opslagvoorzieningen en vergunningen moeten worden vervangen of aangepast. De PGS 15 is alleen van toepassing als u een nieuwe vergunning aanvraagt voor de opslag van gevaarlijke stoffen of dat de opslag wijzigt. Het kan dan zijn dat de opslag reeds voldoet, het enige dat u dan moet doen is het aantonen dat dit zo is.




Cursus: Van CPR naar PGS 15 >>



drs. Richard Winter met dank aan Macco Korteweg Maris / Arbeidsinspectie



Attached files:

vat.jpg
Container opslag.jpg