Home

  Zoeken

  Cursussen


  Disclaimer

Inleiding Richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen
89/686/EEG, 93/68/EEG, 93/95/EEG

De richtlijn heeft betrekking op het in de handel brengen en in gebruik nemen van uitrustingsstukken of -middelen die bestemd zijn om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden als bescherming tegen één of meer gevaren voor zijn gezondheid en veiligheid.


De richtlijn is van toepassing op elk persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) dat voldoet aan één van de volgende omschrijvingen:
* een uitrustingsstuk of -middel dat bestemd is om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden als bescherming tegen één of meer gevaren die een bedreiging kunnen vormen voor zijn gezondheid en veiligheid;
* een geheel dat is samengesteld uit verscheidene uitrustingsstukken of middelen die door de fabrikant onderling zijn verbonden om een persoon te beschermen tegen één of meer mogelijk gelijktijdig optredende gevaren:
* een uitrustingsstuk of beschermingsmiddel dat al dan niet onlosmakelijk is verbonden met een niet beschermende persoonlijke uitrusting die door een persoon wordt gedragen of vastgehouden voor het bedrijven van een bepaalde activiteit;
* een verwisselbaar onderdeel van een beschermingsmiddel dat voor de goede werking ervan onontbeerlijk is en dat uitsluitend voor dat beschermingsmiddel wordt gebruikt.

De richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen stelt essentiële eisen aan uitrustingsstukken en -middelen die bestemd zijn om de drager te beschermen tegen gevaren die zijn gezondheid en veiligheid bedreigen. Op basis van de richtlijn worden geharmoniseerde normen vastgesteld. Deze normen geven aan op welke wijze een fabrikant kan voldoen aan de eisen van de richtlijn. Het gebruik van normen is vrijwillig.

De essentiële eisen voor persoonlijke beschermingsmiddelen zijn vastgelegd in bijlage II van de richtlijn en zijn als zodanig opgenomen in een besluit op de Wet op de Gevaarlijke Werktuigen en de Warenwet.

Om de CE-markering te mogen aanbrengen moet de producent verklaren en kunnen aantonen dat de door hem geproduceerde persoonlijke beschermingsmiddelen voldoen aan de eisen van de richtlijn. Afhankelijk van de categorie waartoe het persoonlijke beschermingsmiddel behoort, bestaat er een aantal keuringsregimes. Raadpleegt u hiervoor de richtlijn.

In Nederland wijst het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en/of het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de keuringsinstanties aan. De fabrikant kan zelf een keuze maken uit de door de regeringen van de lidstaten van de EU (binnenkort de EER) aangewezen keuringsinstellingen. Het is (nog) niet mogelijk keuringsinstellingen buiten de EU (of EER) in te schakelen. De eenvoudigste manier om aan de eisen van de richtlijn te voldoen, is te produceren volgens de Europese geharmoniseerde normen.



Met nadruk wordt gesteld dat:
* sommige producten worden gekeurd als één geheel systeem, andere op onderdelen. De gebruiksaanwijzing geeft uitsluitsel of onderdelen van verschillende systemen met elkaar uitgewisseld mogen worden zonder het nieuwe systeem in z'n geheel te keuren:
* een persoonlijk beschermingsmiddel moet niet alleen voldoen aan de gestelde technische eisen maar eveneens een deugdelijke gebruiksaanwijzing bevatten.

In geval van import van buiten de EU is de importeur verantwoordelijk voor het naleven van de richtlijn. Persoonlijke beschermingsmiddelen die van buiten de EU worden geïmporteerd moeten aan dezelfde bepalingen voldoen als producten die in de EU worden gemaakt.



Persoonlijke beschermingsmiddelen beschermen tegen onder meer:
* mechanische invloeden, bijvoorbeeld tegen nagels uit een schiethamer; elektriciteit, bijvoorbeeld elektrische laagspanning; thermische invloeden, bijvoorbeeld extreme koude of warmte;
chemische invloeden, bijvoorbeeld irritatie door gas of rook;
* stralingsinvloeden, bijvoorbeeld door ultraviolette straling; lawaai, bijvoorbeeld door harde geluidstoten;
* trillingen, bijvoorbeeld door mechanische trillingen; besmettingen, bijvoorbeeld door radioactieve stoffen;
* microbiologische invloeden, bijvoorbeeld ziekmakende bacteriën, virussen of schimmels.



Onder de richtlijn vallen in ieder geval niet:
* beschermingsmiddelen die speciaal zijn ontworpen en vervaardigd voor de strijdkrachten of ordehandhavers (helmen, schilden enzovoort);
* beschermingsmiddelen voor zelfverdediging tegen aanvallers (spuitbussen, individuele afschrikkingswapens enzovoort);
* beschermingsmiddelen die zijn ontworpen en vervaardigd voor particulier gebruik ter bescherming tegen bepaalde weersomstandigheden (hoofdbedekking, seizoenkleding, schoenen, laarzen, paraplu's enzovoort), vocht, water (zoals afwashandschoenen) en hitte (bijvoorbeeld overhandschoenen);
* middelen die bestemd zijn voor het beschermen of redden van personen aan boord van schepen of luchtvaartuigen en die niet permanent worden gedragen;
* helmen en vizieren voor gebruikers van motorvoertuigen met twee of drie wielen.




Auteur: Ing. W. Verwoerd www.syntens.nlGo to www.syntens.nl