|
Inleiding Richtlijn Druksystemen (97/23/EG)
Onder de Richtlijn Druksystemen vallen alle onder druk staande insluitsystemen zoals vaten en pijpleidingen inclusief aansluitstukken en bevestigingen voor flenzen e.d. Onder insluitsystemen worden onder andere verstaan LPG installaties, (stoom) ketels en persluchtsystemen waar de overdruk meer dan 0,5 bar is. Deze richtlijn heeft met name gevolgen voor (leveranciers aan) de voedingsverwerkende-, de chemische- en procesindustrie.
De PED richtlijn is van toepassing op het ontwerp, de fabricage en de overeenstemmingsbeoordeling van drukapparatuur en samenstellen waarvan de maximaal toelaatbare druk PS meer dan 0,5 bar bedraagt.
Te denken valt aan:
- Drukapparatuur zoals drukvaten, leidingen, veiligheidsappendages en elementen die bevestigd zijn aan drukapparatuur zoals flenzen, koppelingen, hijsogen e.d..
- Drukvaten met een of meerdere ruimten.
- Installatieleidingen en onderdelen van leidingenstelsels zoals slangen, fittingen, buizen, expansieverbindingen, pijpen e.d..
- Veiligheidsappendages zoals veiligheidskleppen, breekplaat beveiligingen, knikstaven, CSPRS (gestuurde afblazende systemen), druk- , temperatuur- en niveau schakelaars en SRMCR's (meet-, controle- en regelvoorzieningen).
- Onder druk staande appendages.
- Samenstellingen van verschillende drukapparaten die een fabrikant integreert tot een functioneel geheel.
Afwijkend ten opzichte van andere richtlijnen wordt de CE markering op de afzonderlijke delen vereist en niet op de totale installatie.
Niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen:
Transportleidingen met een pijp of een geheel van pijpen voor het vervoer van stoffen van of naar een installatie (te land of ter zee), vanaf en met inbegrip van de laatste afsluiter binnen de grenzen van de installatie, inclusief alle bijbehorende apparatuur die speciaal voor de transportleiding is ontworpen. Standaarddrukapparatuur zoals in reduceerstations en compressorstations kan worden aangetroffen, valt niet onder deze uitsluiting;
Netten voor de aanvoer, de distributie en de afvoer van water en de bijbehorende apparaten alsmede leidingen voor aandrijfwater, zoals sluispoorten, drukleidingen en drukschachten voor waterkrachtinstallaties en bijbehorende specifieke appendages;
Apparatuur die valt onder Richtlijn 87/404/EEG betreffende drukvaten van eenvoudige vorm;
Apparatuur die valt onder Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols (10);
Apparatuur voor de werking van voertuigen die vallen onder de volgende richtlijnen en de bijlagen daarvan:
- 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (11);
- 74/150/EEG van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (12);
- 92/61/EEG van de Raad van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (13);
Apparatuur die ten hoogste valt onder categorie I in artikel 9 van deze richtlijn, en die tevens onder een van de volgende richtlijnen valt:
- Richtlijn 89/392/EEG van de Raad van 14 juni 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (14);
- Richtlijn 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende liften (15);
- Richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (16);
- Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (17);
- Richtlijn 90/396/EEG van de Raad van 29 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake gastoestellen (18);
- Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (19);
Apparatuur als bedoeld in artikel 223, lid 1, onder b), van het Verdrag;
Speciaal voor nucleair gebruik ontworpen apparatuur die bij defecten die verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken;
Putregelingsapparatuur voor de exploratie en winning van aardolie, aardgas of geothermische energie of voor ondergrondse opslag om de druk van de put te behouden en/of te regelen. Daartoe behoren het spuitkruis (kerstboomklep), de veiligheidsafsluiters (BOP), installatieleidingen en verzamelstukken, alsmede de zich daarvóór bevindende apparatuur;
Uit kasten en mechanismen bestaande apparatuur waarvan de afmetingen, de materiaalkeuze en de fabricagevoorschriften voornamelijk berusten op de criteria sterkte, stijfheid en stabiliteit bij statische en dynamische bedrijfsbelastingen of op andere functioneringseigenschappen en waarvoor de druk geen wezenlijke ontwerpfactor is. Tot deze apparatuur kunnen behoren:
- motoren, inclusief turbines en verbrandingsmotoren;
- stoommachines, gas- of stoomturbines, turbogeneratoren, compressoren, pompen en servomechanismen.
Hoogovens, met inbegrip van de ovenkoeling, windverhitters, stofafzuigers en gaswassers voor de afvoergassen en koepelovens voor directe reductie, met inbegrip van de ovenkoeling, gasconvertors en pannen voor het smelten, hersmelten, ontgassen en gieten van staal en non-ferrometalen;
Omhullingen voor elektrische hoogspanningsapparatuur, zoals schakel- en regelapparatuur, transformatoren en rotatiemachines;
Mantels onder druk rond de onderdelen van transmissiesystemen, zoals elektrische kabels en telefoonkabels;
Schepen, raketten, luchtvaartuigen en mobiele offshore-eenheden, en apparatuur die uitdrukkelijk bedoeld is voor installatie op dergelijke machines of voor de voortbeweging ervan;
Drukapparatuur met een flexibele buitenwand, bijvoorbeeld luchtbanden, luchtkussens, speelballen en opblaasboten en andere soortgelijke drukapparatuur;
Inlaat- en uitlaatgeluiddempers;
Flessen of blikjes voor koolzuurhoudende dranken, bestemd voor eindconsumptie;
Vaten voor vervoer en distributie van dranken waarin het product van PS en V ten hoogste 500 bar 7l en de maximaal toelaatbare druk 7 bar bedraagt;
Apparatuur die valt onder de ADR-overeenkomst (20), het RID- (21), het IMDG- (22) of het ICAO-verdrag (23);
Radiatoren en buizen in systemen voor warmwaterverwarming;
Vaten voor vloeistoffen waarin de gasdruk boven de vloeistof ten hoogste 0,5 bar bedraagt.
Auteur: drs. Han Zuyderwijk
|
|
|