/ Home / Risicovolle werkzaamheden en - ruimten / Oppervlakte gebouwen en werkplekafmetingen  

NEN 2580 Oppervlakten en inhouden van gebouwen

De gebruiksoppervlakte van een gebouw is een grootheid van een gebouw die de basis vormt voor verschillende eisen die in het Bouwbesluit aan een gebouw gesteld worden. De gebruiksoppervlakte moet worden gemeten overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in NEN 2580. De wijze van meten van de gebruiksoppervlakte is zo gekozen dat een inwendige verbouwing daarop praktisch geen invloed heeft.




Gebruiksfunctie met een gemeenschappelijk deel
Van een gebruiksfunctie waarvan een deel gemeenschappelijk is moet de gebruiksoppervlakte in drie stappen worden bepaald.

Stap 1 Bepaal de gebruiksoppervlakten van de niet gemeenschappelijke delen van de verschillende gebruiksfuncties waarvoor het gemeenschappelijke deel ten dienste staat.

Stap 2 Bepaal de gebruiksoppervlakte van het gemeenschappelijke deel, en

Stap 3 Neem de gebruiksoppervlakte van het niet gemeenschappelijke deel vermeerderd met een evenredig deel van het gemeenschappelijke deel, bepaald naar rato van de gebruiksoppervlakten van de niet gemeenschappelijke delen van de gebruiksfuncties.

In formulevorm is dit:



hierin is:
GOgf;i = gebruiksoppervlakte van gebruiksfunctie i
GOng;i = niet gemeenschappelijk deel van gebruiksfunctie i
GOge;i = gebruiksoppervlakte van de gemeenschappelijke ruimten die ten dienste staan van gebruiksfunctie i
n = het aantal gebruiksfuncties waarvoor de gemeenschappelijke ruimten ten dienste staan




Woongebouw
Bij een woongebouw worden de gemeenschappelijke woonfuncties niet toegerekend aan de afzonderlijke gebruiksfuncties, indien ten minste 95% van de gebruiksoppervlakte van de in het woongebouw aanwezige gemeenschappelijke ruimten is aan te merken als gemeenschappelijke verkeersruimten.




Gebruiksfunctie verdeeld over meer dan één gebouw
Bij een gebruiksfunctie die is verdeeld over meer dan één gebouw, is de gebruiksoppervlakte van die gebruiksfunctie de som van de gebruiksoppervlakten van de in de afzonderlijke gebouwen gelegen delen van de desbetreffende gebruiksfunctie. Het toerekenen van de gemeenschappelijke ruimten vindt dus per gebouw plaats.

Het toerekenen van een gemeenschappelijke ruimte vindt niet plaats als het gaat om de gebruiksoppervlakte van een:
* brandcompartiment,
* rookcompartiment,
* toegankelijkheidssector,
* verwarmde of onverwarmde zone,
* (deel)energiesector, of
* een gedeelte van een gebouw dat wordt gekoeld of van vochtige lucht voorzien.




Auteur: ir. Rien van Overveld www.bouwbesluit.nlGo to www.bouwbesluit.nl



Attached files:

formule.gif