Home

  Zoeken

  Cursussen


  Disclaimer

Besloten ruimten

Werkwijze
Voor het betreden van een besloten ruimte is een geldige werkvergunning noodzakelijk. De te betreden ruimte moet allereerst worden leeggemaakt. Indien in de ruimte gevaarlijke gassen of stoffen zoals CO, aardgas, etc. zijn opgeslagen dan moeten deze gassen of stoffen eerst worden verwijderd. De besloten ruimte dient, indien nodig, te worden gespoeld en belucht.

Na het ledigen moeten alle leidingen, die op die op de besloten ruimte zijn aangesloten, worden afgeblind door middel van goed zichtbare blind- of steekflenzen of zodanig worden losgekoppeld dat geen gassen of stoffen vanuit de leidingen in de ruimte kunnen komen. De losgekoppelde leidinggedeelten mogen niet op eenvoudige wijze kunnen worden vastgekoppeld.

Indien de besloten ruimte is voorzien van roerwerken of andere bewegende delen moet deze worden vrij geschakeld en gezekerd. Ook kelders of reservoirs, die alleen maar water bevatten, moeten geheel worden geledigd en conform bovenstaande worden behandeld.

Bovenstaande werkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden op een dusdanige wijze dat niemand zich in de besloten ruimte hoeft te begeven. Nadat is vastgesteld dat bovenstaande maatregelen zijn genomen wordt de ruimte gedurende de werkzaamheden (natuurlijk of kunstmatig) geventileerd. Nadat alle algemene voorzieningen inclusief de gasmetingen zijn uitgevoerd dient de ingang van de besloten ruimte te worden voorzien van een "entry tag".

Wanneer er personen in de besloten ruimte aanwezig zijn, dient de omgeving van de toegang afgezet en de toegangswegen vrijgehouden te worden.





Gasmeten
Alvorens een besloten ruimte wordt betreden, moet men vaststellen dat:

* de concentratie van brandbare gassen en dampen in de ruimte niet hoger is dan 10 % van de onderste explosiegrens (max. 10 % LEL),

* de zuurstofconcentratie ligt tussen 20 vol.% en 21 vol.%,

* de concentratie van gassen, dampen of stof niet hoger is dan de helft van de MAC-waarden (voor CO niet groter dan 10 ppm),

* de temperatuur in de besloten ruimte niet hoger is dan 40ºC.

Het meten van de concentraties en het beoordelen hiervan, dient te geschieden door iemand die hiertoe is opgeleid en in staat is waarnemingen op de juiste wijze te interpreteren.

Metingen dienen steeds op de achterzijde van de "entry tag" geregistreerd te worden.

De meetapparatuur (explosiemeters, zuurstofmeters en gasdetectie-apparatuur zoals handpompjes) moeten vóór iedere meting op werking gecontroleerd worden.

Dit geldt zeker indien;
- er las- en snijwerkzaamheden plaatsvinden
- er wordt gewerkt met oplosmiddelen,
- of indien er restproducten (ook roet) of roest aanwezig is.

Wanneer er geen zekerheid is voor blijvende veiligheid voor de personen in de besloten ruimte, moet tijdens de werkzaamheden continu worden gecontroleerd op explosieve, zuurstof- en giftige gas-/ dampconcentraties.





Ventilatie
Nadat is vastgesteld dat bovenstaande maatregelen zijn genomen dient de ruimte gedurende de werkzaamheden (natuurlijk of kunstmatig) te worden geventileerd. De ventilatie moet van dien aard zijn dat de concentratie van gevaarlijke stoffen of dampen ten alle tijden beneden de desbetreffende MAC waarden blijven. Indien bovenstaande voorwaarden niet gegarandeerd kunnen worden dient onafhankelijke adembescherming gebruikt te worden.





Mangatwacht
Bij werkzaamheden in besloten ruimte moet tenminste 1 persoon aanwezig zijn (mangatwacht) die belast is met het toezicht en verantwoordelijk is voor het nemen van noodzakelijke maatregelen en zonodig direct hulp kan bieden, zonder zelf de ruimte te betreden, of voor mobilisatie kan zorgen. De mangatwacht is verantwoordelijk voor de communicatie met en de registratie van de personen in de besloten ruimte. Voordat personen in de besloten ruimte worden toegelaten controleert de mangatwacht de "entry tag" of deze volledig is ingevuld met de meetresultaten en de persoon welke de metingen heeft uitgevoerd.





Lassen en overig heetwerk
Bij las-, slijp-, en snijwerkzaamheden, open vuur of wanneer er vonkgevaar bestaat, moeten er geschikte blusmiddelen binnen handbereik beschikbaar.

Gas- en zuurstof cilinders, die bij de werkzaamheden moeten worden gebruikt mogen nooit in de besloten ruimte worden geplaatst. Bij laswerkzaamheden moet er voor zorg gedragen worden dat er geen zuursof lekkage in toevoerleidingen kan optreden door ondeugdelijk koppelingen. Branders, slangen en slangaansluitingen dienen dan ook buiten de besloten ruimte, vóór het betreden van de ruimte op lekkage gecontroleerd te worden. Snelkoppelingen binnen besloten ruimte is verboden.

In de toevoerleidingen van brandbare gassen, die bij lassen en snijden worden gebruikt, dient een vacuüm ventiel te zijn opgenomen, die bij het onklaar maken van de gastoevoerleiding de toevoer van het gas onmiddellijk stopt. Deze voorziening kan alleen worden toegepast op zogenaamde injecteurbranders.

Lasapparatuur moet goed worden geaard.

Bij uitvoering van heet werk geldt ook de procedure "lassen en snijden". Klik hier >>




Elektriciteit
Het gebruik van lucht gedreven gereedschap, verlichting en dergelijke heeft de voorkeur. Bij explosiegevaar moet dit het uitgangspunt zijn. Bij werkzaamheden in besloten ruimten waarin duidelijk is vastgesteld dat er geen explosiegevaar is, mag alleen gebruik gemaakt worden van gelijkspanning met een nominale spanning van ten hoogste 120 volt of van wisselspanning van ten hoogste 50 Volt. Verplaatsbaar elektrisch materieel moet zijn uitgevoerd met een ingebouwde voedingsbron (accu gereedschap). Indien dit niet mogelijk is moet het materieel opgenomen zijn in een zgn. SELV-keten of wanneer ook dat niet mogelijk is, in een zgn. S-keten. Bij de toepassing van S-ketens mag slechts één toestel in de keten opgenomen zijn, terwijl dit toestel van klasse II moet zijn. Handlampen mogen niet opgenomen zijn in een S-keten. De benodigde omzetters of veiligheidstransformatoren moeten buiten de besloten ruimten worden opgesteld





Persoonlijke beschermingsmiddelen
Tijdens het werken in een besloten ruimte dienen de algemene persoonlijke beschermingsmiddelen te worden gedragen; veiligheidsschoenen of –laarzen; helm en veiligheidsbril. Afhankelijk van de stof welke de besloten ruimte heeft bevat en de aard van de uit te voeren werkzaamheden kunnen aanvullende PBM’s verlangt worden. Wanneer visueel contact met de personen werkzaam in de besloten ruimte niet mogelijk is, dienen deze aangelijnd te zijn.

Wanneer optimale ventilatie niet mogelijk is en de kans op het vrijkomen van gevaarlijke dampen tot de mogelijkheden behoort, is het dragen van adembescherming verplicht. Deze dient te bestaan uit onafhankelijke adembeschermingsmiddelen wat wil zeggen niet afhankelijk van de omgevingslucht in de ruimte.

Filtermaskers, waarbij de giftige bestanddelen uit de lucht worden gebonden dan wel vastgehouden, mogen in een besloten ruimte niet worden gebruikt.







Auteur: drs. Richard Winter met dank aan Cabot