/ Home / Risicovolle werkzaamheden en - ruimten / Risicovolle ruimten / Risicovolle ruimten  

Verkeersregelinstallaties (VRI)

Verkeersregelinstallaties

Een verkeersregelinstallatie (vri) is een verzameling van losse elementen die nodig zijn om verkeersstromen te regelen door middel van het geven van optische signalen aan weggebruikers. In de volksmond stoplicht of verkeerslicht genoemd. Een verkeersregelinstallatie is een laagspanningsinstallatie (< 1000V wisselspanning of < 1500V gelijkspanning).

Let op: Deze tekst heeft alleen betrekking op de gebruiksfase. Voor de fabricage of installatie gelden aanvullende eisen (binnenkort beschikbaar).



Arbeidsomstandighedenbesluit en Richtlijn arbeidsmiddelen
Het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 3.4) en de Richtlijn arbeidsmiddelen eisen dat u ervoor zorgt dat elektrische installaties veilig gebruikt kunnen worden. Dit betekent onder meer dat u moet zorgen voor de juiste voorzieningen en beschermingsmaatregelen. Hiervoor is een periodieke inspectie en een risicobeoordeling nodig.



NEN 3140 en EN 50110
De NEN 3140 en EN 50110 gaan in op de inspectie van elektrische apparaten en het aanwijsbeleid en beschrijven aan welke eisen inspecties moeten voldoen. Daarnaast beschrijven deze normen de hiërarchische structuur die u moet hanteren voor personen die werken aan of in de omgeving van elektrische installaties (aanwijsbeleid).



Wegenverkeerswet (Wvw)
De Wegenverkeerswet vormt de basis van alle verkeerswetgeving. De wet regelt onder meer de veiligheid en de doorstroming op de weg. De verkeersregels zijn verder uitgewerkt in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (Rvv). Bij werkzaamheden aan de vri bent u niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid van uw medewerkers maar ook voor de veiligheid van de weggebruikers. De verkeersregels gelden hierbij te allen tijde.



Praktische tips
Als u nog geen risicoanalyse van uw elektrische installaties hebt uitgevoerd, dan raden we aan hiermee te starten. U kijkt hierbij onder meer of de installatie geplaatst en gebruikt is op de beoogde manier en wat de potentiële risico’s zijn. Op basis hiervan bepaalt u welke maatregelen nodig zijn om de installatie veilig te kunnen gebruiken, inspecteren en onderhouden.

We raden aan een aanwijsbeleid op te stellen, waarin u de verantwoordelijkheden en bedrijfsprocessen vastlegt. Vervolgens kunt u een procedure opstellen waarin u onder meer gebruik, onderhoud en inspecties vastlegt. Tenslotte stelt u de juiste gereedschappen en beschermingsmiddelen ter beschikking en zorgt u voor instructie.